

NRC.NEXT
4 april 2014 vrijdag


Section: weten
 Laura Wismans

 De aanleiding 
De Eerste Kamer hield een 'systeemcheck' van de rechtsstaat, beschreef Folkert Jensma op 22 maart in zijn rubriek over de rechtspraak in next.zaterdag en NRC Weekend. ,,Veel fracties is het steeds verder afknijpen van de toegang tot de rechter te gortig aan het worden. Het kabinet is aan, of over de grens met het verhogen van de griffierechten en het beperken van de gesubsidieerde rechtsbijstand", schrijft hij. Vervolgens parafraseert hij een uitspraak uit het debat: ,,Griffiegelden kunnen in hoger beroep al tot 15.000 euro oplopen - dat moet je dus betalen, alleen om je te mogen verweren. Ook als je geen bedrijf, maar een burger bent." Mr. H. Meines stuurde de next.checktredactie over dit bedrag een e-mail. ,,Dit lijkt me nogal kras, zeker voor een burger. Wanneer moet je die 15.000 euro betalen?" 
 Waar is het op gebaseerd? 
De uitspraak over de 15.000 euro griffiegelden die Jensma beschrijft, werd in het debat van 11 maart gedaan door Anne-Wil Duthler, Eerste Kamerlid voor de VVD. Volgens de ongecorrigeerde notulen zei ze: ,,Met het nieuwe wetsvoorstel worden de griffierechten nog eens verder verhoogd. ( ) Voor zaken met een financieel belang van meer dan 1 miljoen euro bedraagt het griffierecht 15.342 en met een geringer belang 7.671. Ook een natuurlijk persoon moet zo'n hoog bedrag betalen als zijn wederpartij een rechtspersoon is." 
 En, klopt het? 
Eerst even: met griffiegelden en griffierechten wordt hetzelfde aangeduid. Het is het bedrag dat een persoon, bedrijf of instantie moet betalen voor het starten van een procedure. 
Het is bedoeld als bijdrage in de kosten voor de rechtspraak - een reminder dat rechtspraak kostbaar is dus eigenlijk. Dit geldt niet voor strafzaken. 
Dan die 15.000 euro die betaald moet worden voor een hoger beroep. In de parafrase in de rubriek van Jensma is de zinsnede ,,met het nieuwe wetsvoorstel worden de griffierechten nog eens verder verhoogd" niet overgenomen. Dat maakt verschil, want het bedrag van ruim 15.000 euro komt alleen voor in het wetsvoorstel waarin de griffiegelden op de schop gaan. Het bedrag klopt - het is zelfs 15.342 euro - maar de wet is nog niet aangenomen, de Tweede Kamer moet er nog over spreken. 
Volgens de op dit moment geldende wetgeving is het maximale bedrag dat aan griffiegelden betaald moet worden 6.396 euro. Dat geldt voor cassatiezaken waarbij meer dan 100.000 euro wordt geëist door een van beide partijen. In de huidige situatie wordt er onderscheid gemaakt tussen 'gewoon' hoger beroep en cassatie (daarbij ga je in beroep bij de hoge raad). In het 'gewone' hoger beroep is het maximum aan griffiegelden op dit moment 5.114 euro. In de nieuwe wet zit er geen verschil meer in het bedrag voor hoger beroep en cassatie. En de hoogste categorie griffiegelden is in het wetsvoorstel niet langer '100.000 euro of meer' maar '1 miljoen euro of meer'. 
Maar gelden die 5.114 euro in de huidige wet en 15.342 euro in het wetsvoorstel eigenlijk wel voor personen? De bedragen staan allemaal onder het kopje 'griffierechten voor niet-natuurlijke personen' - dat zijn rechtspersonen zoals bedrijven, stichtingen, verenigingen, et cetera. De bedragen voor natuurlijke personen - burgers - zijn veel lager, voor het huidige hoger beroep in zaken waar meer dan 100.000 euro op het spel staat is dat 1.601 euro. In cassatie is dat 1.920 euro. In het wetsvoorstel zou dat 2.082 euro zijn. Dat is lang geen 15.000 euro. 
Navraag bij de Raad voor de Rechtspraak leert dat natuurlijke personen alleen het bedrag voor natuurlijke personen moet betalen, niet het hogere tarief dat geldt voor een rechtspersoon. Ook niet als een natuurlijk persoon tegenover een rechtspersoon staat. Maar wie de zaak verliest moet alle kosten van de tegenstander betalen, dus ook het hogere griffiegeld. Overigens moet er voor elke nieuwe behandeling (eerste aanleg, hoger beroep, cassatie) opnieuw betaald worden.  
 Conclusie 
Het bedrag van ruim 15.000 euro staat genoemd in een wetsvoorstel over onder meer verhoging van de griffierechten. Die wet is nog niet aangenomen, in de huidige situatie is het maximumbedrag dat betaald moet worden voor een hoger beroep 5.114 euro. Dit bedrag geldt echter voor niet-natuurlijke personen - rechtspersonen. Voor natuurlijke personen - burgers - geldt een lager tarief: volgens de huidige wet maximaal 1.601 euro. Wij beoordelen de bewering dat er voor een hoger beroep 15.000 euro betaald moet worden aan griffiegelden, ook als je een burger bent die zich wil verdedigen, daarom als onwaar. 
 
 
vinkje_03
Dat stond in de rubriek over rechtspraak op 22 maart in de zaterdagkranten van NRC
vinkjes-02
Nrc checkt griffier
Illustratie Anne Wolffram 
 